Posts tonen met het label hormonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hormonen. Alle posts tonen

maandag 19 juni 2017

In de zomer of in de winter gewicht verliezen

Vaak hoor je dat mensen meer gewicht verliezen in de zomermaanden. Klopt dit wel? En hoe kan dit precies?

Afvallen is in de basis vrij simpel. Het gaat om de verhouding (energiebalans) tussen de ingenomen en gebruikte energie door het lichaam. Toch blijft afvallen of aankomen in de praktijk vaak lastig. Veel factoren zijn van invloed op gewichtsverlies. Regelmatig hoor ik dat mensen in de zomermaanden een paar kilo lichter zijn. Tijd om dit fenomeen eens uit te zoeken. Wat is hiervoor de verklaring?

Er zijn hier een aantal redenen voor te bedenken. Dit kan bijvoorbeeld liggen aan het feit dat je minder lichamelijk actief bent in de winter. Verder heeft de seizoensvariatie waarschijnlijk ook effect op de hoormoonhuishouding (eetlustregulatie) en stofwisseling. Een andere reden kan zijn dat mensen door het goede weer gelukkiger zijn en minder ‘emotie-eten‘. Hierbij zal serotonine een rol spelen, dat voor een verminderd gevoel van verzadiging kan zorgen in de winter. Daarnaast zou het zo kunnen zijn dat je in de zomer iets meer gemotiveerd bent om met een strak lijf op het strand te staan en dan iets gemotiveerder bent om dat broodje bapao links te laten liggen.

Externe factoren hebben dus invloed op jouw homeostase. Een voorbeeld hiervan is de omgevingstemperatuur. Het lichaam reguleert dit allemaal zonder dat je er veel van merkt. Bij hitte zet het processen in werking om de interne warmte niet te ver op te laten lopen. Hetzelfde geldt voor extreme kou, waarbij je lichaam moeite doet om de lichaamstemperatuur in balans te houden. Als de omgevingstemperatuur daalt moet je lichaam energie verbranden om het warm te houden. Dit kost dus extra energie en zorgt ervoor dat je meer calorieën verbrandt. Hetzelfde geldt voor extreme hitte. Bij 40 graden hebben weinig mensen doorgaans (uitzonderlijke gekken daargelaten 😉 ) geen zin om een halve marathon te gaan hardlopen of urenlang de sportschool in te duiken. Je lichaam en geest remmen je als het ware om energie te verbruiken omdat de omgevingstemperatuur hoger ligt dan je interne temperatuur.

Met dit in het achterhoofd is het goed om eens te kijken naar de literatuur over dit onderwerp. Wat is het effect van omgevingstemperatuur op je eet- en beweegpatroon?

Onderzoek over dit onderwerp

Een theorie is dat een lagere omgevingstemperatuur (dan je eigen interne temperatuur) leidt tot een hogere verbranding. Uit een onderzoek van hoogleraar Voedselinnameregulatie Margriet Westerterp bleek dat de uitgeademde hoeveelheid CO2 10% hoger ligt in een respiratiekamers bij een lagere omgevingstemperatuur (bij mannen, in dezelfde kleding als bij 22 0C), en 10% lager bij een hogere omgevingstemperatuur (bij vrouwen, eveneens in dezelfde kleding als bij 22 0C) [2,3]. Dit verschil in energiegebruik werd overgecompenseerd door de hoeveelheid die werd gegeten. De mannen aten in de kou ongeveer 40% meer dan nodig gezien hun verhoogde energiegebruik; de vrouwen aten in de warmte  ongeveer 10% minder dan nodig gezien hun verlaagde energiegebruik. Door het effect van overcompensatie is men doorgaans ’s zomers lichter dan ’s winters. De temperaturen die wij hebben gebruikt waren niet erg extreem: 16 0C en 27 0C; voor extremere temperaturen wordt doorgaans primair gecompenseerd door kleding en gedrag.

Het idee dat door een lagere omgevingstemperatuur overgewicht bestreden zou kunnen worden wordt hiermee dus niet onderbouwd. Anderzijds zijn de populaties in de tropen niet zeer slank, vanwege gedrags-  en omgevings- aanpassingen: airco, of blijken van in hoog aanzien staan door zwaarlijvigheid.
Vooralsnog is er nog onvoldoende onderzoek beschikbaar om echt duidelijke uitspraken te doen over de oorzaken van gewichtsverlies in de zomermaanden. Aan de ene kant verbranden mensen in de wintermaanden meer energie doordat het buiten kouder is en het lichaam hiervoor moet compenseren. Aan de andere kant zijn mensen actiever in de zomermaanden waardoor de energie-uitgave hoger ligt. Ook het zonnige gevoel kan bijdragen aan gewichtsverlies, doordat het hongergevoel afneemt. Kortom, zowel de winter als de zomer hebben beide voordelen als je kijkt naar de energiebalans.

dinsdag 11 april 2017

Haarverlies tijdens overgang

Tijdens de overgang verandert er van alles in je lijf. En dit heeft ook gevolgen voor je haar. Het wordt droger, glanst minder en wordt dunner. Soms neemt haaruitval zelfs zulke extreme vormen aan, dat het verstandig is een arts te raadplegen. Gelukkig kunnen de meeste vrouwen met minder drastische maatregelen toe.


Het is niet alleen het hoofdhaar dat te lijden heeft onder de overgang. Haar over het hele lichaam kan in textuur en hoeveelheid veranderen tijdens en na de menopauze. Bij sommige vrouwen uit dit zich in donker, dikker en taai lichaamshaar. Dit wordt hirutisme genoemd. Veel andere vrouwen merken juist dat ze minder schaamhaar en okselhaar hebben. Op het hoofd wordt het haar veelal droger en glanst het minder. Een van de meest bekende overgangsklachten is bovendien haaruitval. Dit kan al beginnen als iemand rond de 40 jaar is.

Hormoonspiegel
Haaruitval tijdens en na de overgang heeft veel te maken met de veranderende hormoonspiegel. Van het vrouwelijk hormoon oestrogeen is bekend dat het een positieve invloed op de conditie van huid en haar heeft. En juist van dat hormoon gaat het lichaam tijdens en na de overgang minder produceren; soms tot wel 80 procent. Ook van de mannelijke hormonen (androgenen) wordt minder aangemaakt, maar dat is meestal maar 10 tot 30 procent. Hierdoor verandert de verhouding tussen de androgenen en de oestrogenen en raakt het lichaam uit balans.

Dunner haar
Door deze blijvende verandering in de verhoudingen, en door gevoeligheid van de hoofdhuid voor mannelijke hormonen, merken de meeste vrouwen dat hun haar aanzienlijk dunner wordt. Bij sommige vrouwen zal dat heel geleidelijk gaan. Anderen hebben te maken met perioden van meer of minder haaruitval. De verschijnselen zijn per persoon verschillend en hebben nauwelijks te maken met haartype, ras of haardracht. Wel valt haaruitval vaak eerder op bij langer haar.  En ook bij donkerharigen zie je de hoofdhuid vaak eerder door het haar heen schijnen.

Stress
Hormonale veranderingen zijn niet de enige reden voor haaruitval tijdens de overgang. Veel vrouwen kampen tijdens de menopauze met stress. Ook dit kan resulteren in dunner wordend haar en haarverlies, want stress beïnvloedt het groeipatroon van het haar. Het is daarom belangrijk stress zoveel mogelijk te vermijden.

woensdag 29 maart 2017

Mannen en hormonen

Van vrouwen weten we allemaal wel dat ze te maken krijgen met hormonale veranderingen. Veel minder bekend is dat mannen dit ook meemaken. Deze "mannelijke overgang" noemen we ook wel andropauze of penopauze. De eerste tekenen van deze penopauze kunnen zich al voordoen rond ons 40ste jaar.

Het mannelijk geslachtshormoon testosteron wordt voor 95% geproduceerd in onze testikels, en wordt via het bloed door het lichaam vervoerd. Testosteron heeft invloed op onze hersenen, botten, bloed, spieren, libido, erectiekracht en immuunsysteem en speelt dus een belangrijke rol bij het goed functioneren van ons lichaam. Als het testosteron-gehalte in het bloed afneemt, kan de man dan ook te maken krijgen met uiteenlopende klachten.

Als we ouder worden, neemt het testosterongehalte geleidelijk aan af. Dit is een normaal proces dat hoort bij het ouder worden. Het vormt pas een probleem als er hierdoor klachten optreden. Ongeveer 12% van de mannen tussen de 40 en 70 jaar krijgt klachten door een hormoontekort.

Omdat testosteron op veel organen invloed heeft, komen er vaak meerdere klachten tegelijk voor. Veelgehoorde klachten in de penopauze zijn:


Klachten van verminderde vitaliteit bij het ouder worden
Afname van de libido of lust
Erectieproblemen
Vermindering van de spierkracht, meer buikvet
Verminderde energie, lusteloosheid en minder initiatief
Verminderd algemeen welbevinden
Depressieve klachten en stemmingswisselingen
Slaapstoornissen
Bloedarmoede
Botontkalking of osteoporose